Het dagboek van een deugniet.

Het dagboek van een deugniet. Welkom in mijn dagboek!

dinsdag 6 september 2011

Creatief met schoolgerief


Ik heb een 'top secret' vakantie beleefd in Halloween. Mijn pa, de duivel weet je wel, heeft me een hele boel tovenarij geleerd. Maar ik mag er niets over vertellen. Ik heb het plechtig op mijn duivelsziel moeten beloven. Dus mondje dicht. Lippen verzegeld. Tanden op elkaar. Lijm op de tong. Want mijn pa verandert me in een ippodoku als ik mijn eed verbreek. Is bij jullie de school al begonnen? Hier, in de klas van meester Frank, moet de eerste letter nog op het bord verschijnen. Dat komt zo: op onze eerste schooldag heb ik de meester stiekem speelpoeder in zijn neus geblazen. Hij speelt nu al een hele week verstoppertje. Hij geraakt er erg bedreven in. Deze morgen is hij zelfs met vermomming en al de school uitgelopen, de supermarkt in. Zie jij waar meester Frank is gebleven?

zaterdag 23 juli 2011

Een verhaal met een lange baard


Kevins opa heeft een groot geheim. Niemand kent het, zelfs Kevin niet. En zelfs zijn oma niet. Alleen Kevins opa en ik kennen het geheim, want hij heeft het mij gisteren verteld. Hou je vast, hier komt het: in de baard van Kevins opa woont een kabouter. Alle kruimeltjes en alle soep die in opa's grijze baardbos vallen, ruimt die kabouter met borstel en blik netjes op. Daarna schuift hij alles in een bordje, vouwt een heel klein dekentje open en picknickt onder de krullen. Wanneer opa na het eten zijn pijp opsteekt, klautert de kabouter tot onder opa's neus, snuift en rookt lekker mee. Dat die baardkabouter maar geen kanker krijgt!

vrijdag 22 juli 2011

Eindeloze windenergie


Een reusachtige windmolen hapt naar adem. Zijn propellers draaien zwierig in het rond. Gulzig blijft hij wind naar binnen slikken. Door zijn wolkenkrabberlange hals slokt de energie naar beneden. Tot in zijn buik, diep onder de grond. Daar broeit de windkracht en kolkt ze langs dikke kabels waarin zij zich vermenigvuldigt met het wind-eten van duizend andere molens in het land. Steeds dunner kruipt de wind door kabels boven en onder de grond, door sleuven, onder vloeren en muren, tot hij een gaatje vindt, een koperen draadje dat hem wegleidt uit zijn dwangbuis. Zoemend en knetterend van vreugde omdat hij de bestemming van zijn reis nadert, stroomt de wind in een huiskamer uit het stopcontact. Via een stekker en een laatste eindje zwarte kabel springt hij in een tv-toestel waarop een popgroep zingt over een reusachtige windmolen die hapt naar adem. Zijn propellers draaien zwierig in het rond. Gulzig blijft hij wind naar binnen slikken. Door zijn wolkenkrabberlange hals slokt de energie naar beneden. Tot in zijn buik, diep onder de grond. Daar broeit de windkracht en kolkt ze langs dikke kabels waarin zij zich vermenigvuldigt met het wind-eten van duizend andere molens in het land. Steeds dunner kruipt de wind door kabels boven en onder de grond, door sleuven, onder vloeren en muren, tot hij een gaatje vindt, een koperen draadje dat hem wegleidt uit zijn dwangbuis. Zoemend en knetterend van vreuge omdat hij de bestemming van zijn reis nadert, stroomt de wind in een huiskamer uit het stopcontact. Via een stekker en een laatste eindje zwarte kabel springt hij in een tv-toestel waarop een popgroep zingt over een reusachtige windmolen die hapt naar adem. Zijn propellers draaien zwierig in het rond. Gulzig blijft hij wind naar binnen slikken. Door zijn wolkenkrabberlange hals slokt de energie naar beneden. Tot in zijn buik, diep onder de grond. Daar broeit de windkracht en kolkt ze langs dikke kabels waarin zij zich vermenigvuldigt met het wind-eten van duizend andere molens in het land. Steeds dunner kruipt de wind door kabels boven en onder de grond, door sleuven, onder vloeren en muren, tot hij een gaatje vindt, een koperen draadje dat hem wegleidt uit zijn dwangbuis. Zoemend en knetterend van vreuge omdat hij de bestemming van zijn reis nadert, stroomt de wind in een huiskamer uit het stopcontact. Via een stekker ...

maandag 27 juni 2011

Een ezelachtig ongeluk


Een ezel haalt een andere ezel in, slipt op het natte beton en schuift onderuit, knal in de flank van een derde ezel. De drie ezels scheuren over de snelweg tot ze pal in het midden zijn uitgetold. Daar liggen ze te kermen, de poten in een knoop. Kijk daar! Van angst trekken ze hun oren in. Er komen er nog! De snelweg zit vol haastige ezels die minder snel kunnen stoppen dan gezond voor ze is. Dekking! De botsezels kruipen in elkaars vacht. Bang! Boef! Stoemp! Een stuk of twintig aanlopende ezels speelt voor kegelspel en even later ligt de snelweg bezaaid met blatende wrakken. Passeren? Vergeet het maar. Er kan geen ezel meer door. En aan de overkant van de snelweg gebeurt ook iets. Een ezel blaat: ‘Kijk daar, wat een spektakel!’ en ratteketak! Honderden hoeven kletteren op zoek naar vast grond. Het lijkt of iemand het asfalt als een tafelkleed onder ze uittrekt, daar valt geen poot tegen te beginnen. Wat een ezelachtig ongeluk! Nu zit de snelweg langs twee kanten dicht. En er blijven maar ezels bij komen. Duizenden. Tienduizenden. Honderdduizenden. Blatend staan ze achter elkaar. Neus tegen staart, neus tegen staart, neus tegen staart, neus tegen staart, neus tegen staart. Heel het land door. Elke dag weer. Elke maand. Elk jaar. Ze zouden natuurlijk ook kunnen proberen op een andere manier op hun bestemming te geraken. Maar ja… ’t zijn ezels.

zaterdag 4 juni 2011

Muil open, meneer de tandarts!


Monsters, spoken en draken kunnen mij niet deren, maar tandartsen bezorgen mij de kriebels. Ik zeg het hem nog: 'Meneer de tandarts, waag het niet me pijn te doen!' Maar hop, daar zwaait hij al met zijn spuitje. 'Je zal er echt niets van voelen.' Zijn glimlach piekt van zijn ene oor tot het andere. Lachen is niet moeilijk, wanneer je in de tandarts zijn schoenen staat. Hij komt dichter en dichter met de naald van zijn geniepige spuitje. Net wanneer het puntige metaal bij mijn lippen komt, klapt mijn mond dicht. Ik doe niets, het gaat vanzelf! Plof. Spuitje in mijn lip! Ik schrik me een aap. 'Nu is 't mooi genoeg geweest!' roep ik met een dikke hanglip en voor ik er erg in heb verander ik meneer de tandarts in een rund. Die truc heeft mijn pa mij vorige week geleerd. Hoe het van rund weer naar tandarts moet, weet ik niet. Dat leer ik later wel. Ondertussen kan meneer tandarts uitloeien in de wei. Bestaan er tandartsen voor koeien? Dan kunnen die hem verder helpen. Muiltje open. Dag meneer de tandarts!

woensdag 30 maart 2011

Justin Bieber was bij me op bezoek!


Justin Bieber is bij me op bezoek geweest en ik weet zeker dat ik het niet heb gedroomd. Hij gleed binnen op de rug van een schildpad en zong iets van ‘Baby Baby Baby’. Misschien was dat de naam van zijn schildpad. Hij parkeerde haar onder het dakraam in mijn zolderkamer en vroeg of hij of hij met me mee kon naar Halloween. Maar dat lukt nooit! Ik ben de enige die via de Griezelfabriek naar de andere wereld kan. En eerlijk gezegd, ik zou het niet willen ook. Ik weet toch dat meisjes als boter voor hem smelten. Stel je voor dat Fee meer van hem gaat houden dan van mij. Maar dat heb ik hem niet verteld, natuurlijk. Ik heb hem wel een cadeautje gegeven: een gesigneerd exemplaar van mijn boek. Daar was hij erg blij mee. Zijn volgende hit op YouTube zou wel eens ‘Benno Benno Benno’ kunnen heten. Uitkijken! Als jullie Justin Bieber vanavond in het Sportpaleis zien, doe hem dan de groeten van mij.

zondag 20 februari 2011

In de tover-carwash


Een meneer achter het stuur van een flitstende Porsche rijdt de carwash binnen, want er zitten enkele spatjes op het witte koetswerk. Als je er vlak bij staat en door een vergrootglas kijkt, kun je ze zien. Naast de meneer zit een opgedirkte dame met een geel bontmanteltje en roze krulletjes. Ze heeft een donkere zonnebril op haar neus. Daar verdwijnen ze in de tunnel. Woeshwashslashplashpoetsh. Na twee minuten komt de auto er aan de andere kant droog weer uit. De spatjes zijn weg. De mevrouw ook! Maar op de stoel naast de chauffeur zit nu een gekleurde poedel met een zonnebril op zijn neus en roze krullen op zijn kop.